Vestdijk-Rembrandt-01
Rembrandt van Rijn 'Rembrandt en Saskia in de gelijkenis van de Verloren Zoon' ca. 1637

Rembrandt en Saskia

Simon Vestdijk

Neem Saskia maar van mijn schoot.
Zij woont te zeer in haar gewaden,
Die eerder vorm dan vuur verraden.
Nooit zal zij aan de lust bezwijken:
Zij lacht wel als de feestgenoot
Fiks toetast, maar wat haar begroot
Zijn kreukels die zij glad moet strijken.

Ik zoek vergeefs haar zoete glans
Tot gloed, haar fijnbeheerst verbazen
Tot het mirakel aan te blazen
Van Rembrandts hartstocht-met-penselen
Gehuwd, vraag ik haar nog ten dans.
Vroeger een schilder, moet ik thans
Als verversknecht ’t model bestelen.

O, zij geeft alles, diefstal lijkt
Onnodig van de erfgenamen.
Maar als model zal zij zich schamen:
Zij ducht de kijkers door de kieren!
En al die tooi waarmee zij pronkt,
‘t Geheven glas dat naast haar vonkt,
Ontnucht’ren haar bij ’t feesten vieren.

Feest tegen feest, doek tegen doek.
Zij tracht met haar fluweel en zijde
De meesterwerken te bestrijden.
Waartoe nog kleuren aan te mengen?
Merk hoe ik tegen hoog bezoek
Knipoog en binnensmonds wat vloek
Van weelde die de vrouwen brengen.

Waarom niet, Rembrandt, eens voor al
De stijve borstel te verruilen
Voor ’t haar dat aan mijn borst zal schuilen
Als ons de roes wil overmannen?
Voor háar is dat een ongeval,
Een misverstand, een zondeval.
De wijn blijft beter in de kannen.

Apollo, nimmer Amors klant,
Wist lust om blote huid te stillen
Door Marsyas meteen te villen
Toen die een fluit zo goed hanteerde.
Aan hém is Saskia verwant:
O schande van de overkant
Der goden, waar de mens van leerde!

O Saskia, mijn liefde is
Het niet, waartegen zich te weer stelt
Mijn kunst’naarstrots: het is het leergeld,
Aan alle vrouwen te betalen,
Die gladder zijn dan het vernis,
Die koel zijn als Semiramis,
Die als wij werken ademhalen.

Rembrandt van Rijn
Leiden 1606 - 1669 Amsterdam
Rembrandt en Saskia in de gelijkenis van de Verloren Zoon
Olieverf op doek, 161 x 131 cm, ca. 1637

Rembrandt van Rijn
Leiden 1606 - 1669 Amsterdam

Rembrandt werkte gedurende zijn eerste jaren in Leiden doorgaans op panelen van klein formaat in een zeer precieze schilderstijl, maar ging na zijn verhuizing naar Amsterdam in 1632 werken op doeken van veel groter formaat. Hij was in Amsterdam aanvankelijk werkzaam als portretschilder, maar schilderde na verloop van tijd ook religieuze en historische voorstellingen, taferelen uit het dagelijks leven en een aantal landschappen. In alle gevallen probeerde hij in zijn schilderijen actie en drama tweeg te brengen. Rembrandt schilderde tientallen zelfportretten en maakte ook een groot aantal tekeningen en etsen.
Hij kende veel tegenslagen in zijn persoonlijk leven, die door biografen soms breed worden uitgemeten: de dood van zijn vrouw Saskia op jonge leeftijd en van een aantal kinderen, zijn faillissement in 1656 en de daaropvolgende verkoop van zijn bezit.


Rembrandt en de Engelen, de bundel waar dit gedicht deel van uitmaakt, ontstond op zerzoek van de minister van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen, J.M.L.Th. Cals. Hij vroeg Vestdijk in december 1955 om, ter gelegenheid van het Rembrandt-jaar 1956, een gedicht over Rembrandt te schrijven. Het werd een bundel, die drie weken na het verlenen van de opdracht gereed was.
In 'Rembrandt en Saskia' schildert de dichter Saskia als een wat burgerlijke en preutse vrouw die alles wil maar zelf niets geeft, al doet het losbandigheid suggererend tafereel anders vermoeden. In de vijfde strofe lijkt ook Rembrandt een gebrek aan hartstocht te worden verweten, met alle gevaren van dien.
De fluit in de voorlaatste strofe is in de mythe van Marsyas en Apollo een muziekinstrument, maar heeft hier ook een erotische betekenis. Volgens de overlevering liet Semiramis haar man, een koning van Assyrië die wegens haar schoonheid met haar was getrouwd, doden, nadat zij van hem vijf dagen de alleenheerschappij over zijn rijk gekregen had. Zo kwam ze zelf aan de macht.

zie ook: 
Rembrandt - Aafjes,
Rembrandt - Baeke, Rembrandt - Balkt, Rembrandt - Barnas, Rembrandt - Bernlef, Rembrandt - Boeken, Rembrandt - Brabander, Rembrandt - Brassinga, Rembrandt - Bruinja, Rembrandt - Claus,
Rembrandt - Decker, Rembrandt - Emmens, Rembrandt - Enquist, Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt - Gerlach, Rembrandt - Harmens, Rembrandt - Herzberg, Rembrandt - Hofman, Rembrandt - Kemp, Rembrandt - Knibbe, Rembrandt - Kopland, Rembrandt - Meekers,Rembrandt - Menkveld, Rembrandt - Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,Rembrandt - Schulte-Nordholt, Rembrandt - Soepboer, Rembrandt - Spinoy, Rembrandt - Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt - Vestdijk02,
Rembrandt - Vestdijk03 Rembrandt - Wissen.

Gedichtencyclus Rembrandt en de Engelen

Vestdijk-Rembrandt-01 Vestdijk-Rembrandt-01
Vestdijk-Rembrandt-01 Vestdijk-Rembrandt-01

Vestdijk-Rembrandt-01