Vroegindeweij-Kooning

'Rosy fingered dawn at Louis Piont' Willem de Kooning

Lullaby of Bill de Kooning

Rien Vroegindeweij

Nadat hij twintig jaar
niets van zich had laten horen

schreef Willem de Kooning
aan zijn vader in het Oude Noorden:

En terwijl ik naar bed ga
denk ik aan de Zaagmolenstraat.

uit: Gemengde berichten, Amsterdam 2006

Op zijn 22ste vertrok Willem de Kooning naar New York. Als verstekeling op een oceaanstomer. Zo'n twintig jaar later, in 1948, schreef hij voor het eerst een brief aan zijn vader in Nederland, met daarin de zin:
'En terwijl ik naar bed gaat denk ik aan de Zaagmolenstraat.'
Willem de Kooning dus.
Toen Willem vijf jaar was, gingen zijn ouders uit elkaar. Tot zijn verdriet werd hij toegewezen aan zijn moeder. Zij was een bazige vrouw met wie hij altijd ruzie had; zie zijn vrouwenschilderijen. Met zijn vader kon hij goed opschieten, al heeft hij hem na zijn vertrek uit Nederland nooit meer gezien.
Na de scheiding was er weinig geld. Dus werkte Willem vanaf zijn twaalfde in een atelier waar ze reclametekeningen maakten. Op zijn zestiende lukte het hem om naar de avondacademie te gaan.
En hij wilde niet naar Parijs, zoals alle kunstenaars, maar naar New York.

Vroegindeweij-Kooning Vroegindeweij-Kooning
Rotterdam Zaagmolenstraat eind jaren 50 Rotterdam Zaagmolenstraat nrs 4 - 18


Naast Rien Vroegindeweij heeft de combinatie van Willem de Kooning en de Rotterdamse Zaagmolenstraat blijkbaar meerdere dichters geïnspireerd. Hieronder treft u er nog twee aan.

Als ik 's ochtends vroeg door de Zaagmolenstraat

Dick van den Berg

Als ik 's ochtends vroeg door de Zaagmolenstraat
Op een oude fiets naar mijn werk toe gaat
Langs die dooie tramrails, wat zijn ze strak en koel
Dan schijnt de lage zon recht in mijn smoel
In mijn tas heb ik potloden en een groot cahier
Om te kunnen werken op een reclame-atelier
Ik schetst en ik tekent daar een lange dag
Tot ik om een uur of zes naar huis toe mag
Met wind tegen, het is al koud en laat
Komt ik weer door diezelfde lange straat
Naar mijn moeder en de hutspot fietst ik terug
De tram voor me, een rilling over mijn rug

Klare taal

Jana Beranová

met dank aan Arjen Duinker, Delft

Loop ik langs de bouwput op het Kruisplein
zie ik die man met de gele helm
die een gat praat in de straat.

Loop je over het Schouwburgplein
blijkt het stadshart versneden
in een bouwpakket vloerdelen. Klompje lijm.

Ga ik rechtsaf naar de Drievriendenstraat
woont daar die vrouw die al zeventig jaar
de sleutels bewaart van haar toen verbrande haard.

Ga je voorbij de Karel Doormanstraat
slijt als koning van de Bijenkorf die zwerver
zoemend zijn krantje: Maakmeblij Maakmeblij Wiemaaktmeblij?

Rechtdoor bij de bruggen zijn de sporen van strijd 
allang uitgewist, je vraagt je alleen af
op wiens graf je misschien wel staat.

Op Katendrecht schop ik een steentje weg,
Bob Tattoo grift hartjes op een schouderblad, kattenkop,
rozenknop, everzwijn die schoonheid verscheurt.

‘En terwijl ik naar bed gaat
denk ik aan de Zaagmolenstraat’
schreef Willem de Kooning in klare taal.

Ja,
Rotterdam is het centrum van de wereld
en heel toevallig wonen wij daar.

Jana Beranová
stadsgedicht 30 mei 2010

In Rotterdam herinnerd behalve de Willem de Kooning academie ook het beeld 'Reclining Figure/ Seated Woman' aan het Weena van Willem de Kooning zelf aan deze beroemde inwoner.

Vroegindeweij-Kooning Vroegindeweij-Kooning
Willem de Kooning Reclining Figure/ Seated Woman' aan het Weena

Willem de Kooning Reclining Figure/ Seated Woman' aan het Weena specificaties

:

jaartal vervaardiging 1969
afmetingen beeld (hxbxl) in cm 376 x 640 x 203 of 170 x 330 x 244
materiaal Brons

Het Beeld
De ontstaansgeschiedenis van het beeld Seated Woman gaat terug tot 1969, toen de schilder Willem de Kooning begon te experimenteren met boetseerklei. De Kooning zag het werken met klei als ruimtelijk schilderen. Hij liet zijn sculpturen, net als zijn schilderijen, in een spontane beweging ontstaan, zonder schetsen of voorstudies. Van de reeks kleine menselijke figuren die hij in 1969 maakte, was deze vrouwenfiguur de eerste die meer dan levensgroot in brons werd afgegoten.
De manier van werken is aan het afgietsel af te lezen. De ledematen van rolletjes klei die aan de geknede romp zijn bevestigd, de komvormige indrukken van een duim, zelfs de uitvergrote vingerafdrukken die zich in de bronzen huid aftekenen, zijn allemaal te relateren aan de menselijke hand. Alleen de strakke vorm waar de vrouw op zit, wijkt hiervan af. Het levendige, donkere patina waarmee het brons is afgewerkt, versterkt door de reflecties de welvingen van het beeld.
Het onderwerp van het beeld, een zittende vrouw, is in eerste instantie wat moeilijk herkenbaar. Haar te lange benen lijkt de vrouw over elkaar te hebben geslagen, maar hoe die ledematen zijn opgebouwd is niet precies aan te duiden. Links steekt een onderbeen naar achteren, rechts zweeft een contravorm in de vorm van wat extra ledematen lijken. Ook de armen zijn schetsmatig en niet in een levensechte verhouding tot het lichaam afgebeeld.

De Plek
Het beeld Seated Woman is in april 1984 aan het Weena geplaatst, ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Willem de Kooning. De plaatsing was bedoeld als eerbetoon aan de carrière van de inmiddels wereldberoemde geboren en getogen Rotterdammer. Enkele jaren eerder was bekend geworden dat er opnieuw een afgietsel in brons van Seated Woman zou worden gemaakt. Een aantal kunstliefhebbers raakte enthousiast en ondernam actie om het beeld in handen te krijgen. Men vond het hoog tijd dat de gemeente Rotterdam een werk van Willem de Kooning zou aankopen. Het enige werk van De Kooning dat in de collectie van het Museum Boijmans Van Beuningen te vinden was, was een schilderij, ooit geschonken door een kennis van de kunstenaar.
De financiering was een probleem. Vooral initiatiefnemer Wim Beeren (toenmalig directeur van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen) heeft grote inspanningen geleverd om het aankoopbedrag bij elkaar te krijgen. Uiteindelijk droegen de Stichting Boijmans Van Beuningen en een aantal sponsors en fondsen het leeuwendeel van de kosten en vulde de gemeente Rotterdam het resterende bedrag aan.
Uiteindelijk werd het afgietsel van Seated Woman aangekocht, met als bestemming het plein voor de hoge nieuwbouw aan het Weena. De onthulling van het beeld vond plaats op 18 april 1984 door de toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur dhr. Brinkman, in het bijzijn van Willem de Koonings dochter Lisa.

zie ook de kunst kolom over Willem de Kooning