Zwagerman-Bijwaard-02

(nb. dit is niet het schilderij uit het gedicht van Joost Zwagerman)

Na jaren

Joost Zwagerman

I

Vreet dit dan maar.
Ik werp je mijn rag. Doe er zelfs dik mee.

Verschalkte ooit je levensloop en deed het grijnzend.
Ik was je nar al en je nacht. Bracht
hulde aan je in mijn kikkervacht. Je aaide je
te pletter. Ik amuseerde je het hof: grappen mesten vetter.
Geloofde blind toen jij een eed aanbracht. Trouw was wet
ik woordblinde dommekracht. Paraaf gezet
en ken de niet de letter.

Doe die valsslag nu maar zonder mij.
Kwaak me desnoods na als je me de trap af lacht.

II

Vermaal het maar, mijn falen
ik had je graag en had je lager.
Zoals een god in harde porno
telkens weer de vleeshaak spiest
zo spande jij je kroon,
ik het lillend groendier
jij de gulden spiebout, heerseres
van eigen troon. Godgelijk
en zelfs trager.

III

Spelevaren met het hart? Laat ik roulette zijn,
jij getal in zwart. Zet mijzelf de ballenjoker in.
Croupier ziet toe hoe jij alle kansen hebt getart.

Spelers genoeg om jouw vege lijf.
Ze zullen het wel merken.
Zend jij ze platzak weg, een voor een en allemaal.
Handen aan volslagen hoofd
zielen gescalpeerd, klokgaaf dubbelkaal.

Ik zal de ziekenboeg witheet bemoederen
en leg mijn concurrenten af in knekeltaal.

IV

Kom ik ten slotte zwerend in je terug
zoals jij ooit in etappes van me wegstak:
schikgodin van het berekenend teveel
hand op hart en eeuwigheid, geveinsde
krop in keel, imker van de judasmug.

Nu dan, hier
de lemmetspraak
tot het tongheft in je rug.

Zwagerman-Bijwaard-02 Zwagerman-Bijwaard-02

Een ode aan het kijken.


Onder deze titel is een tentoonstelling te zien (museum Meermanno 4 maart tot 30 mei 2010) waarin de poëzie van Joost Zwagerman (1963) in samenhang met het werk van veertien kunstenaars getoond wordt.
Het gaat in dit samenspel tussen beeld en tekst niet om eenrichtingverkeer. Soms inspireert het gedicht het beeldend werk, soms andersom. Zo maakten Harald Vlugt en Emo Verkerk recentelijk nieuw werk bij gedichten van Zwagerman.


Bij latere samenwerkingsverbanden treedt de fotografie meer op de voorgrond, zoals in de fotoserie Kristal van Paul Blanca met daarbij het gedicht ‘Hemellichaam’(2008). Recenter nog schreef Zwagerman het gedicht ‘Alles sal reg kom’ bij een foto van Rineke Dijkstra van een meisje dat Zwagerman deed denken aan het meisje van Versponck. Daarnaast zijn er foto’s te zien van Koos Breukel, Charlotte Dumas en Erwin Olaf.

Bronnen:

  1. Joost Zwagerman    “Beeld verplaatst” Arbeiderspers 2010.

  2. Ron Rijghard             “Ik deug alleen voor de poëzie – dichters over gedichten –“ NRC boeken 2010.