Zwagerman-Vlugt-Bijwaard

Zwagerman-Vlugt-Bijwaard

Harald Vlugt

Pieter Bijwaard

(nb. dit is niet het schilderij uit het gedicht van Joost Zwagerman)

Zoals ze is

Joost Zwagerman

Zoals ze hier is wil je dat ze blijft. Verandering is
verarming – je hebt haar al te veel de moderne
tijd zien volgen. Kan dat: trots en volgzaam
tegelijk zijn? Zij wel! Nog voordat je het woord
‘geschiedenis’ kende, was ze dat al voor je, want
ze was niet alleen mooi en vertrouwenwekkend
maar ook minstens zo oud als je oma en opa, en
dus was er vanaf de tijd dat je haar details begon
te ontdekken al onmiddellijk heel veel ‘vroeger’
aan haar. Natuurlijk ging het mis toen je zelf wat
ouder werd, veertien, vijftien jaar. Ging je haar
bekladden, letterlijk. Viltstift, verf, spuitbussen.
Ze gaf geen kik, ze toonde een stille
gekrenktheid. Ze heeft nog steeds een vaag
litteken,  op een verscholen plek die je
tegenwoordig over het hoofd gezien zou hebben
als je er niet die speciale herinnering aan zou
hebben. Trouwens, herinneringen te over. Ze is
één en al ‘toen’. Heeft ze onbekende kanten?
Altijd, overal, ook nu nog. Tegelijkertijd heet het
dat ze geen geheimen voor je heeft – maar die
heeft ze voor niemand, denk ik wel eens, want
allemaal staan ze zich op haar schoonheid voor,
allemaal. Was ik wrokkig, ik zou haar een
allemansvriendin noemen. Met haar kokette
rondingen in het midden. Haar kern, pardon, haar
‘hart’ is even broos als ongenaakbaar. Als ze zich
op haar mooist toont, ben je weerloos, nog
steeds. Dan is zelfs haar kitsch, haar folkore, haar
pietepeuterigheid, nog superieur. Kun je haar
missen? Nauwelijks. Wil je haar terug? Dat nou
ook weer niet. Soms denk je wel eens, het is met
haar net als met de Spaanse costa’s, vooral mooi
van grote afstand, maar kom vooral niet naderbij.
Alles draait de vernieling in, en waarom zou zij
gespaard blijven? Nee, blijf van haar weg, dan
hoef je tenminste niet oog in oog te staan met
al het gajes dat zich zonodig met haar in moet laten.
Allemansvriendin, al is het in het kleine.
Dus blijf je de meeste tijd ver van haar vandaan.
Met flauwe excuses. ‘We hebben te veel beleefd,
jij en ik. We zijn elkaar ontgroeid.’ Smoesjes.
Vroeg of laat keer je terug, wacht maar af.
Ze was je muze, je vamp, je lekker wijf en
nachtmadam. Nu is ze toch een beetje mamma
voor je geworden. ‘Kom maar terug jochie.
Bij mij is het altijd goed.’ Je durft het bijna niet
te zeggen maar soms maakt het eeuwenoude
hart je bijna aan het huilen. Doe ik mijn ogen
dicht dan voel ik haar warme hand die me
door een vrijdagavond loodst. Ik ben haar
veel verschuldigd. ZE moet blijven. Zoals hier.
Ze heet Hoorn, Enkhuizen, Medemblik misschien.
Meisje van weleer, vrouw van bijna
zevenhonderd jaar.

Zwagerman-Vlugt-Bijwaard Zwagerman-Vlugt-Bijwaard

Een ode aan het kijken.


Onder deze titel is een tentoonstelling te zien (museum Meermanno 4 maart tot 30 mei 2010) waarin de poëzie van Joost Zwagerman (1963) in samenhang met het werk van veertien kunstenaars getoond wordt.
Het gaat in dit samenspel tussen beeld en tekst niet om eenrichtingverkeer. Soms inspireert het gedicht het beeldend werk, soms andersom. Zo maakten Harald Vlugt en Emo Verkerk recentelijk nieuw werk bij gedichten van Zwagerman.


Bij latere samenwerkingsverbanden treedt de fotografie meer op de voorgrond, zoals in de fotoserie Kristal van Paul Blanca met daarbij het gedicht ‘Hemellichaam’(2008). Recenter nog schreef Zwagerman het gedicht ‘Alles sal reg kom’ bij een foto van Rineke Dijkstra van een meisje dat Zwagerman deed denken aan het meisje van Versponck. Daarnaast zijn er foto’s te zien van Koos Breukel, Charlotte Dumas en Erwin Olaf.

Bronnen:

  1. Joost Zwagerman    “Beeld verplaatst” Arbeiderspers 2010.

  2. Ron Rijghard             “Ik deug alleen voor de poëzie – dichters over gedichten –“ NRC boeken 2010.